Het project onderzoekt hoe de adoptie gerealiseerd kan worden van AI in de gezondheidszorg, met name de invoering van AI algoritmen voor anomaliedetectie en -predictie, bijvoorbeeld bij het voorspellen van nierfalen, hartfalen of abnormaal gedrag bij dementerende ouderen. Door praktijkgericht veldonderzoek, co creatie met zorgprofessionals, leveranciers en patiënten, en het toepassen van Responsible AI principes onderzoekt Feenstra hoe de professionele praktijk in de volledige zorgketen moet veranderen – van arts tot apparaatleverancier, tot verzorger.
Professionele achtergrond (werk, studie)
Fenna Feenstra werkte als software engineer en proces engineer in diverse industrieën, voornamelijk de agrarische industrie en de medical device industrie. De laatste jaren is ze docent onderzoeker bij de Hanzehogeschool Groningen, eerst bij sensortechnologie en nu bij bio-informatica en het lectoraat Data Science for Life Sciences & Health.
Onderwerp
Het project van Feenstra gaat over de adoptie van AI in de gezondheidszorg, met name de invoering van AI‑algoritmen voor anomaliedetectie en -predictie, bijvoorbeeld bij het voorspellen van nierfalen, hartfalen of abnormaal gedrag bij dementerende ouderen. Feenstra onderzoekt hoe de professionele praktijk in die volledige zorgketen moet veranderen – van arts tot apparaatleverancier, tot verzorger.
Persoonlijke motivatie
Feenstra vertelt over haar persoonlijke motivatie: “In mijn professionele loopbaan heb ik de potentie van AI‑algoritmen ervaren: vroegtijdige detectie en voorspellende analyses kunnen levens redden en personeel en patiënten meer comfort bieden. Tegelijkertijd ben ik me bewust van de risico’s en ethische dilemma’s die deze technologie met zich meebrengt – een factor die mede verklaart waarom AI nog relatief beperkt in de zorg wordt toegepast. Met dit PD‑project wil ik praktische handvatten en methoden ontwikkelen die de implementatie van AI in de zorg vergemakkelijken op een verantwoorde manier. Ik duik graag in complexe vraagstukken en hoop daarmee niet alleen mijn eigen kennis, en die van mijn studenten te verdiepen, maar ook de zorgpraktijk beter te begeleiden in het tijdperk van AI.”
Probleem oplossen
Feenstra omschrijft het probleem dat ze wil oplossen: “Terwijl AI‑technologieën zich razendsnel blijven ontwikkelen, blijft hun adoptie in de dagelijkse zorgpraktijk vaak achter. Dat komt niet door technische beperkingen, maar door uitdagingen rondom vertrouwen, acceptatie en integratie in bestaande werkprocessen. In een context die gekenmerkt wordt door hoge werkdruk, personeelstekorten en een sterke ethische verantwoordelijkheid, moet AI meer doen dan alleen correct functioneren. AI moet begrijpelijk, betrouwbaar en aantoonbaar waardevol zijn in de echte zorgomgeving. De cruciale vraag is niet ‘Werkt het algoritme?’, maar eerder: ‘Hoe zorgen we ervoor dat het wordt geaccepteerd, begrepen en verankerd in de volledige zorgketen?’.”
Aanpak
Feenstra licht haar aanpak toe: “In mijn aanpak combineer ik praktijkgericht veldonderzoek, intensieve co‑creatie van demonstrators met alle betrokkenen, het principe van Responsible AI, en een gelaagde evaluatie zodat zowel technologische als organisatorische veranderingen blijvend worden verankerd.
In de Coding for Cure and Care‑community ga ik regelmatig de opgedane kennis en de geïmplementeerde voorbeelden delen, zodat de impact verder reikt dan de experimenten binnen mijn PD‑traject.”
Waarom PD-traject
Feenstra is duidelijk over waarom ze voor een PD-traject heeft gekozen. “Met een PD-traject krijg je de mogelijkheid om echt iets te veranderen. Het blijft niet bij een publicatie die netjes gekaft de kast in gaat, maar het geeft je de mogelijkheid om echt iets bij te dragen aan de maatschappelijke opgaves die we hebben. Daarnaast geeft het je de mogelijkheid om ook jezelf professioneel te ontwikkelen. Het is een schaap met vijf poten traject zeg ik wel eens gekscherend, maar ik ben er wel trots op dat ik dit mag doen.”
Bereikt over vijf jaar
Feenstra heeft een duidelijk doel voor ogen: “Ik streef ernaar dat zowel zorginstellingen als technologie‑leveranciers (zoals ParaMedir) een bewezen, stap‑voor‑stap proces gaan gebruiken om AI veilig, transparant en praktisch in hun dagelijkse werkprocessen te integreren. Ideaal gezien dragen de implementatie-ervaringen en inzichten uit dit traject bij aan richtlijnen of certificeringsstandaarden voor verantwoorde AI‑implementatie in de zorg, waardoor de drempel voor bredere adoptie aanzienlijk wordt verlaagd.”
Nog leren
Feenstra vindt dat ze nog veel moet leren over de zorgpraktijk. “Om die reden ga ik ook mee op de ambulance, en ga ik meelopen in een verzorgingstehuis. De leverancierswereld is mij iets bekender, maar daar moet ik mij nog meer verdiepen in de nieuwe medical device regels en de Europese nieuwe AI-wet. In mijn werkzame leven heb ik veel geleerd maar wat ik zeker weet is dat ik open moet staan om nog veel meer te leren, want elke situatie is weer anders en kleine details kunnen het verschil maken.”
Hulp van PD-organisatie
Feenstra geeft aan wat haar aanspreekt in de PD TD organisatie: “Vanaf het begin af aan is de PD TD organisatie ambitieus geweest. Ik vind dat motiverend, dus ik hoop ook dat dat blijft. Ik vind het erg prettig dat er ook de mogelijkheid is om van andere kandidaten te leren, en dat de organisatie een leercommunity faciliteert. Ik ben altijd fan van pilots geweest omdat het je veel vrijheid biedt en de mogelijkheid om onverwachte puzzels op te lossen. Ik ben dan ook blij dat ik met deze pilot mee kan doen.”
Droom
Feenstra laat geen misverstand bestaan over haar droom: “Ik wil graag van betekenis zijn. Mijn droom is dat patiënten en zorgverleners een waardevoller leven ervaren door de AI technologie. Daarnaast wil ik bij alle technologische ontwikkelaars – zowel professionals als studenten – een collectief bewustzijn creëren over hoe ze dit verantwoord kunnen realiseren.”
Spannend
Feenstra geeft aan wat ze nog spannend vindt. “Het in kaart brengen en afwegen van de uiteenlopende belangen die in de zorgketen spelen. Op verschillende niveaus – van beleidsmakers en zorginstellingen tot artsen, leveranciers, verzorgers en patiënten – komen soms tegenstrijdige prioriteiten en verwachtingen naar voren. Bijvoorbeeld daar waar de gebruiker transparantie wil over wat een apparaat nu precies doet, wil de leverancier zijn intelectual property beschermen. Het is een uitdaging om al deze perspectieven helder te krijgen, en toch op een gemeenschappelijke basis concrete afspraken te maken. Het is wel cruciaal in dit traject, dus dat maakt het spannend.”