Beoordelingsaanpak GC van PD-voorstellen krijgt steeds meer vorm
De Graduate Commissie van het domein Techniek & Digitalisering heeft in de afgelopen anderhalf jaar de helft van de trekkingsrechten toegekend. Voorzitter Gerrita van der Veen maakt de balans op. “We zijn tot een gezamenlijke aanpak gekomen hoe we een PD-voorstel beoordelen.” Tegelijkertijd blijven er nog uitdagingen, met name bij de rollen van onderzoeker en change agent.
Beoordelingskader
De GC beoordeelt voorstellen aan de hand van vier criteria, waarin duidelijk de vier rollen van de PD zijn te herkennen: innovator, change agent, professional en onderzoeker. Voordat ze daarop ingaat, geeft Gerrita aan welk proces de GC heeft doorgemaakt: “Binnen de GC hebben we veel ruimte genomen voor kalibratie. Ieder lid beoordeelt alle voorstellen en de uitkomst van de beoordeling is het resultaat van gezamenlijke kalibratie. We zijn de afgelopen anderhalf jaar ook in onze rol gegroeid. We hadden eerst de neiging om op de stoel van de lectoren te gaan zitten en op de inhoud te schieten. Het gaat bij een PD-traject echter niet alleen om de inhoud, het is ook een persoonlijk ontwikkeltraject. Dat betekent dat de beoordeling van de startkwalificaties van de kandidaat, de kwaliteit van het consortium niet alleen op inhoud maar ook commitment en de capaciteit om zich als kandidaat te ontwikkelen meer nadruk te verdiende. Die ontwikkeling zit in de vier rollen. Een PD-traject biedt op alle vier de rollen voldoende uitdagingen. Uiteindelijk is er een beoordelingskader ontstaan van vier criteria, gelinkt aan de vier rollen.” Gerrita maakt wel een kanttekening: “Het is een pilot, dus het beoordelingskader is niet in beton gegoten. Het geeft wel houvast voor kandidaten om voorstellen te schrijven. Bovendien is het een anker voor de rest van het traject.”
Concreet praktijkprobleem – de rol als professional
Gerrita gaat vervolgens in op de vier criteria waarmee de GC beoordeelt of een voorstel een PD-voorstel is. “Het eerste criterium is dat er aan een PD-voorstel een concreet praktijkprobleem ten grondslag moet liggen.” Dat kan twee kanten uitgaan, zegt Gerrita: “Je kunt zeggen: ik heb een technologie en ik denk dat dat een oplossing kan bieden voor de praktijk. Maar het kan ook andersom: de praktijk heeft een probleem en ik ga kijken welke technologie daarvoor een toegevoegde waarde kan bieden.”
Een mooi voorbeeld van het eerste is het PD-traject van Gerlinde Oversluizen: een digital twins toepassing in de discrete maakindustrie.” Gerrita wijst erop dat het niet per se om een technisch artefact hoeft te gaan. “Neem het voorbeeld van cybersecurity/digitale veiligheid. Om die veiligheid te borgen gaat het niet zozeer om de techniek, maar eerder om gedrag van mensen en de cultuur van organisaties.”
Bij de beoordeling van voorstellen loopt de GC tegen een probleem aan: de passendheid van het domein. “Het gaat erom dat de probleemstelling in de kern van het domein zit (zoals in bovenstaande voorbeelden). Het opleveren van een digitale tool maakt een voorstel niet meteen passend in het domein.”
Transparantie en zorgvuldigheid vormen de basis van elke beoordeling.”
Gerrita van der Veen
Het eerste criterium heeft ook te maken met de PD-rol van professional. “Die houdt in dat we (GC en PD-kandidaat) moeten nadenken over het waarom: vanuit welk waarden- en ethisch kader doe je dingen? De maatschappij moet baat hebben bij het PD-voorstel. Dus moet je als professional nadenken over nut en doel van je voorstel.”
Dat ethisch kader is juist bij techniek van belang, zegt Gerrita: “Er is altijd een spanningsveld tussen mens en techniek: techniek is altijd veel sneller dan de mens. Bovendien is de mens normatief en techniek van zichzelf niet. In de toepassing ervan is de techniek wel normatief. Daarom betekent voor ons de rol van professional dat je als PD-kandidaat in staat bent om te reflecteren op waarde- en ethische kaders en de keuzes en dilemma’s die daarmee samenhangen.”
Kennislacune – de rol van onderzoeker
“Dit is de rol waar in de praktijk kandidaten die komen met PD-voorstellen de meeste problemen mee hebben,” zegt Gerrita. “Je komt namelijk vanuit je probleem tot een kennislacune. Die kennislacune is voor ons als GC belangrijk, omdat we daaraan meten dat het niveau 8 van EQF (European Qualification Framework) is. Niet ieder praktijkonderzoek – hoe nuttig ook – is namelijk EQF 8-waardig”
Gerrita onderkent dat dat lastig is, maar desondanks is de GC ook op dit punt tot een gezamenlijke aanpak gekomen. Over de kennislacune is op twee fronten veel te doen, zegt Gerrita: “Het eerste is de definitie van nieuwe kennis. Niet alles is een kennisvraag. De handelingsverlegenheid van een bedrijf is op zich misschien wel een kennislacune van dat bedrijf, maar hoeft geen kennislacune te zijn in wetenschappelijke zin. Het EQF 8 niveau dat we als PD moeten garanderen vraagt om nieuwe kennis over een bepaald onderwerp toe te voegen aan de algemene kennisdatabase.”
Daarom is het ook van belang dat de PD-kandidaat een wetenschappelijk artikel schrijft, waarin hij aangeeft welke nieuwe kennis hij toevoegt. “Daarover gaat de tweede discussie. Of de PD-kandidaat nieuwe kennis toevoegt, wordt namelijk bepaald door de peers. Zij geven door de publicatie aan dat er inderdaad nieuwe kennis wordt toegevoegd.” De GC kan zich voorstellen dat als de PD in de toekomst een gevestigde praktijk is, je vanaf de PD kunt definiëren wie je peers zijn. “Die peer community is er echter nu nog niet, vandaar dat we die nu moeten zoeken in wetenschappelijke fora. Dat we op die manier de lat hoog leggen, is ook goed voor de geloofwaardigheid van de PD.”
De GC van de PD TD kan zich daarbij niet spiegelen aan internationale voorbeelden, zegt Gerrita. “Dat komt omdat we iets heel speciaals doen. Bij internationale voorbeelden zoals de Industrial PhD of een Executive PhD halen ze mensen uit de praktijk. Die mensen worden vervolgens academische vaardigheden bijgebracht. Het eindproduct van die trajecten is echter nog altijd een PhD. In Nederland doen we iets anders: wij willen innoveren in complexe praktijken. Daarmee worden we in feite een soort topconsultant-opleiding.” Daarnaast speelt er nog iets anders: “Een van de randvoorwaarden waar de PD aan moet voldoen is dat het gaat om een zelfstandige, volwaardige en internationaal erkende derde cyclus in het hbo, leidend tot een professional doctorate (PD). Internationaal zie je dat de meeste praktijkgerichte voorbeelden zoals de Industrial PhD of de Executive Phd nog altijd uitgaan van een academisch proefschrift. Dus willen we die internationale erkenning dan zullen we ons ook in het wetenschappelijk forum moeten bewijzen.”
Een generaliseerbare oplossing – de rol van innovator
Het PD-traject draait ook om het ontwikkelen van een oplossing. Gerrita: “Het bedenken van die oplossing is vaak het probleem niet. Daarbij is het van belang dat het niet een puntoplossing is voor één bedrijf, de oplossing moet generaliseerbaar zijn. Anders wordt het namelijk een consultancy-opdracht. Dat betekent dat wij als GC het liefst verschillende use cases zien bij verschillende bedrijven.” Gerrita erkent dat dit veel spanning oproept: “De PD is bedoeld voor bedrijven om hun professionals te professionaliseren via het oplossen van hun praktijkproblemen. Welk belang hebben die bedrijven vervolgens om hun kandidaat op andere use cases te zetten? Bovendien zijn sommige praktijk casussen dermate complex dat meerdere casussen niet eens nodig of mogelijk zijn. Als alternatief zien we nu dat er gewerkt wordt aan ketenoplossingen om zodoende die noodzakelijk verbreding te garanderen in samenwerking met de verschillende ketenpartners.”
Interventie en implementatie – de rol van change agent
De rol van change agent is naast de rol van onderzoeker de rol die het meeste discussie en de meeste feedback op voorstellen oplevert, zegt Gerrita. “Dat komt omdat wij als PD en als GC sterk op de interventie-kant zitten, dat het gaat om de daadwerkelijke implementatie in een praktijk.” Ze legt uit waarom ze dat doen: “Daarmee maak je een duidelijk onderscheid met de PhD en met de EngD (Engineering Doctorate). De EngD is een tweejarige ontwerpopleiding, die als doel hebben om een toepassing te ontwikkelen. Het onderscheid met de PD zit in de interventiekant.”
Gerrita merkt in de praktijk dat die interventiekant nog niet in het denken zit bij veel PD-kandidaten. “Bij veel voorstellen wordt een toepassing ontwikkeld, die de praktijk vervolgens kan toepassen.” De PD gaat verder: “De toegevoegde waarde zit in de praktijk. Dat betekent niet een keertje uittesten, maar draait om het problematiseren van de praktijk. Dat kan te maken hebben met bijvoorbeeld de handelingsbekwaamheid van het personeel. Voor de PD betekent dat dat je altijd kijkt naar de context waarin een oplossing geïmplementeerd wordt.” Dat is nog een reden om zwaar op de interventiekant te zitten: “Implementatie is de manier om daadwerkelijk impact aan te tonen. We willen namelijk met de PD dat het praktijkgericht onderzoek ook impact heeft in de praktijk en dat het daar gebruikt gaat worden.”
Gerrita vindt het om twee redenen goed om het publiek inzicht te geven in de aanpak van de beoordeling: “Ten eerste helpt het kandidaten die PD-voorstellen schrijven om te begrijpen waar een GC naar kijkt. Daarnaast willen we transparant zijn. Dat helpt in de acceptatie van wat wij als GC doen.”